Jouw zelfscan voor het bezoek van de regiocoach 

Beste trainer, 

Bij Mijnzwemcoach werken we samen aan de kwaliteit van onze cursussen. Een regiocoach bezoekt je minimaal een keer per jaar. Geen controle, maar hulp om je les nog beter te maken. 

Voor het bezoek vul je een korte zelfscan in. Je scoort jezelf op tien punten en krijgt meteen tips. Neem het resultaat mee naar het bezoek. 

 

Zelfscan Mijnzwemcoach trainer

Zelfscan Mijnzwemcoach trainer

Vul dit in voor het bezoek van je regiocoach.

Scoor jezelf eerlijk op de tien competenties. Bij elk punt dat lastig gaat, krijg je meteen een tip. Neem je ingevulde scan mee naar het bezoek. Zo bespreek je samen gericht waar je wilt groeien.

Welke cursussen geef je?

De tien competenties

Kies per punt: gaat goed, kan beter of lastig.

Videoanalyse

Een los onderdeel naast de tien competenties.

Mijn samenvatting

Verstuur je resultaat naar je regiocoach of neem het mee naar het bezoek.

Wat is Regiocoaching? 

In elke regio is een regiocoach het vaste aanspreekpunt voor kwaliteit. De regiocoach is geen controleur, maar een coach. Hij of zij helpt je om je les zo goed en leuk mogelijk te geven. De regiocoach bezoekt je minimaal een keer per jaar. 

De Mijnzwemcoach certificering 

Je wordt beoordeeld op tien simpele competenties. Trainersdiploma 2 is niet langer een harde eis om te starten. Het blijft wel de basis waar we samen naartoe werken. Zo kun je eerder aan de slag en groei je stap voor stap. 

Wat kun je verwachten
  • De regiocoach kijkt mee tijdens een les. 
  • Je krijgt feedback op de tien competenties. 
  • Jullie bespreken samen kort hoe het ging. 
Wat rolt eruit 
  • Een kort rapport met je sterke punten en je ontwikkelpunten. 
  • Concrete tips waarmee je meteen aan de slag kunt. 
  • Duidelijkheid over waar je staat in de certificering. 

De tien competenties 

1. Veiligheid. Houdt de les veilig en kent de badregels. 

2. Techniek. Doet de juiste techniek voor, passend bij de doelgroep. 

3. Lesopbouw. Volgt het cursusboek en wijkt bewust af waar nodig. 

4. Hulpmiddelen. Zet materiaal op de juiste manier in. 

5. Ruimtegebruik. Is goed zichtbaar en verstaanbaar en houdt rekening met de omgeving. 

6. Aanwijzingen. Geeft individuele en klassikale aanwijzingen in balans. 

7. Didactiek. Gebruikt verschillende werkvormen. 

8. Intensiteit. Houdt een goede balans tussen uitleg en zwemmen. 

9. Houding. Lichaamstaal ondersteunt wat er gezegd wordt. 

10. Betrokkenheid. Houdt de groep gemotiveerd en verdeelt aandacht over niveaus.